Wat waren de echte redenen om de slavernij af te schaffen
Marx constateerde al dat je pas in de geschiedenisperiode zelf kan begrijpen wat er gebeurt. Het valt mij op dat als men heeft over de slavernij men over het algemeen met de huidige normen van nu de geschiedenis beoordeeld.
Uiteraard kan geen redelijk mens nu voor slavernij zijn. Maar ik vind het excuses aanbieden door de mensen van nu voor wat hun voorouders deden discutabel . Verder vind ik het bijzonder jammer dat men weinig aandacht heeft voor de situatie van de arbeiders toen. Zij hadden het vaak slechter als de slaven omdat niemand zich verantwoord voelde voor hun bestaan als ze niet productief waren.
Ik wil dan ook graag een analyse van de site “voorwaarts.nl” toevoegen.
1. loonarbeid was goedkoper en productiever
Zo schreef Jacobus de Neufville in 1841 een boek met de titel De vrijlating der slaven en hare volgen beschouwd. Hoofdstuk 3 heeft als ondertitel ‘Het werk van vrije werklieden is goedkooper en levert meer op dan dat der Slaven’. De auteur analyseert stapsgewijs wat Engelse kapitalisten zeiden over de afschaffing van de slavernij en wat het hun in Jamaica opleverde qua productiviteit:
“Gedurende de Slavernij en de leerjaren werden er 170 arbeiders vereischt, om die plantaadje in eenen goeden staat te onderhouden; nú (Junij 1840) gebruikt de eigenaar 54 vrije werklieden, die vier dagen in de week op zijne plantaadje werken, daar zij éénen dag mogen gebruiken om hunne eigene gronden te bebouwen, en den zesden dag voor marktdag houden. Dat is al het werk wat hij begeert, en daarmede is hij in staat eene even groote uigestrektheid als vroeger, op eene meer voordeelige wijze te bebouwen. De bezuiniging alleen is reeds annmerkelijk; want de eigenaar verklaarde, dat het onderhouden van éénen slaaf uitkwam op 5 pond Sterl. in het jaar. 170 Slaven tegen 5 pond Sterl. komen dus op 850 pond. Nu betaalt hij 54 vrije werklieden tegen 4 shilling 6 dagen per week, daar het loon van éénen dag in de week voor huishuur wordt afgetrokken; dit maakt voor 50 weken (twee weken toch worden aan de werklieden vergund voor feestdagen) 607.10 pond. Dus bedraagt de uitwinst aan werkloonen bij den vrijen staat der Negers 242.10 pond.”
De schrijver verklaart de hogere productiviteit tegen lagere kosten uit het feit dat tot slaaf gemaakten alleen werken onder de constante dreiging van fysiek geweld of andere terreur, waardoor zij geen enkele motivatie hadden om hard te werken wanneer er even geen toezicht was en dat ze vaak tot sabotage van bijvoorbeeld gereedschap overgingen.
Dit argument zou echter te allen tijde gelden en verklaart nog niet hoezo de slavernij dan specifiek in de 19e eeuw werd afgeschaft. Maar ook hiervoor zijn economische redenen te vinden.
2. slavernij was een rem voor technologische ontwikkelingen
Loonarbeid werd namelijk in het algemeen ook productiever omdat er beter gebruik gemaakt kon worden van de technologische ontwikkelingen in die tijd. Slavernij is eigenlijk een heel primitieve manier van produceren met hele simpele productiemiddelen. Dit ging niet samen met het gebruik van heuse machines die veel vatbaarder zouden zijn voor sabotage en die vaak geschoolde en vakbekwame besturing vereisten.
3. er was een consumentenmarkt nodig
Slavernij was een fundament voor de industriële ontwikkeling van Engeland. Het waren de slavendrijvers die met kapitaal investeerden in de stoommachine die de industrialisatie van Engeland in gang zette. Hierdoor werd er dusdanig veel geproduceerd dat de Engelse bevolking, die van een hongerloon moest rondkomen, niet voldoende afzetmarkt vormde voor alle producten die werden gemaakt. Al snel herkenden de kapitalisten in de tot slaaf gemaakten potentiële afnemers van hun producten. Dit speelde ook in Nederland. Zo schrijft de Nederlandse communist Sebald Rutgers:
“Reeds in de aanvang der 19de eeuw, na de ineenstorting der V.O.C., werd voorgesteld (door Dirk van Hogendorp, R.J. Schimmelpennick, e.a.), Indonesië voor het particuliere kapitaal te ontsluiten en door een verzwakking van het feudale systeem, vermindering van invoerrechten en vrijere economische verhoudingen, de koopkracht der inheemse bevolking te verhogen, ten voordele van het particuliere Nederlandse industrie- en handelskapitaal. Deze pogingen werden echter niet verwezenlijkt, ten eerste door de zwakte van het Nederlandse industriekapitaal en in het algemeen door de achteruitgang van Nederland als machtsfactor inde internationale arena.”4
4. andere grondstoffen werden winstgevender
De Engelse slavenhandel werd al in 1807 stopgezet en in dat jaar werd daar de African Institution opgericht met als doel de economische penetratie van Afrika.5 Ook in Frankrijk viel abolitionisme samen met de kolonisatie van Afrika en was er een eigen instituut genaamd Institut de l’Afrique.6 Het Nederlandse bedrijf Kerkdijk & Pincoffs begon in 1857 met de handel in West-Afrika.7 Afrika had namelijk niet alleen mensen die je kon stelen, maar het continent beschikt ook over veel grondstoffen die in de nieuw ontstane industrie winstgevend konden worden ingezet. In die tijd ging het dan in het bijzonder om palmolie. Maar wie zou het werk kunnen doen om al die grondstoffen te delven als het continent ontvolkt raakt doordat de mensen tot slaaf worden gemaakt en naar andere continenten werden ontvoerd?8
Azië en zijn grondstoffen werden ook steeds belangrijker. De productie van suiker groeide daar enorm. In 1830 begon Nederland met het cultuurstelsel in Indonesië en hiermee werden gigantische winsten gemaakt, omdat het verbouwen van suiker en andere bijzonder winstgevende planten met dwangarbeid werd verplicht. Ook hierover schrijft Rutgers.9 Uit deze winsten kregen de kapitalisten in het Caribisch gebied een schadevergoeding voor het ‘verlies van eigendom’ dat het resultaat was van de afschaffing van de slavernij.
5. concurrentiestrijd tussen de verschillende koloniale machten
De Europese koloniale machten zoals Nederland, Engeland, Frankrijk, Denemarken, Portugal en Spanje waren in de tijd van de slavernij steeds met elkaar in oorlog over wie de beste en meeste landen in het bezit konden hebben en wie het grootste gedeelte van de handel in mensen kon doen. Dat Nederland een minder grote rol dan Engeland en Frankrijk heeft gespeeld tijdens de slavernij is niet omdat de Nederlandse bourgeoisie moreel beter was, maar omdat het werd verslagen. Er zijn vier grote oorlogen tussen Nederland en Engeland geweest in de zeventiende en achttiende eeuw. Ook waren er oorlogen tussen Frankrijk en Engeland. De Portugezen en Spanjaarden waren al eerder ernstig verzwakt als koloniale macht, mede doordat ze niet de kapitalistische ontwikkelingen zoals Engeland, Frankrijk en Nederland hadden doorgemaakt.
Deze concurrentiestrijd werd dus gewonnen door Engeland, waardoor dit land als eerste de industrialisering kon doorzetten wat weer hele nieuwe voordelen met zich meebracht. Deze voorsprong wilde Engeland behouden en een mogelijkheid hiervoor was om de slavernij internationaal te verbieden, omdat deze in nog niet geïndustrialiseerde landen nog veel winstgevender was. De winsten die het opleverde zouden deze landen weer kunnen investeren in hun eigen kapitalistische ontwikkeling. De introductie van loonarbeid zou dus voor de concurrenten van Engeland een nadeel zijn, terwijl het voor Engeland op dat moment juist een voordeel was omdat het zoals hierboven beschreven beter past bij een verder geïndustrialiseerde kapitalistische economie.10
Hierin ligt ook een deel van de verklaring waarom Engeland tijdens de burgeroorlog in de Verenigde Staten juist aan de kant stond van het zuiden dat streed voor de instandhouding van de slavernij terwijl de slavernij in Engeland al lang was afgeschaft. Een Verenigde Staten waar de slavenhouders aan de macht zijn zou een agrarisch land blijven en niet verder uitgroeien tot een moderne concurrent.11
6. verzet van tot slaaf gemaakten zelf
Al in de eerstgenoemde economische argumenten heeft het verzet van de tot slaaf gemaakten een rol, de sabotage. Maar de vrijheidsstrijd van tot slaaf gemaakten was veel omvattender dan enkel sabotage. Zo werd de slavernij voor het eerst afgeschaft in Haïti, doordat de tot slaaf gemaakten op Haïti een succesvolle revolutie doorvoerden en hun eiland overnamen. Bizar genoeg wordt Haïti vaak volstrekt weggelaten als men spreekt over landen waar slavernij heerste, bijvoorbeeld in een achtergrondartikel dat vorig jaar werd gepubliceerd in de Volkskrant.12 Daarbij was de prestatie van de voormalig tot slaaf gemaakten op Haiti enorm: niet alleen schaften zij de slavernij af, maar zij verkregen ook onafhankelijkheid van hun kolonisator, Frankrijk.
Door Engeland werd de slavernij in 1834 afgeschaft. Nog in december 1831 was er een grote opstand van tot slaaf gemaakten geweest op Jamaica. Op de Franse kolonie Martinique op grote schaal gerebelleerd in 1848 vlak voor de definitieve afschaffing van slavernij door Frankrijk.
De grootste kostenpost voor de kolonies, waar het meeste werk door tot slaaf gemaakten werd gedaan, waren dan ook de militairen en andere repressieve diensten die de tot slaaf gemaakten in bedwang moesten houden. In Suriname was dit 30 tot 40 procent van de kosten die er door de uitbuiters gemaakt moesten worden.13
uitbuiting in nieuwe vormen: einde slavernij valt samen met groei van het imperialisme
Hoewel de arbeid van tot slaaf gemaakten niet betaald werd, werd zij dus alsnog minder winstgevend dan de wel direct betaalde arbeid van loonarbeiders. Dit kwam door de opkomst van de industrie en de veranderingen die dit teweeg bracht in zowel de productie zelf (machines die gevoelig zijn voor sabotage) alsook in de grondstoffen die werden gebruikt (focus op andere continenten) en in de verkoop van de eindproducten (consumenten nodig). Hierdoor werd het enorme onderdrukkingsapparaat dat nodig was om de slavernij in stand te houden een duur obstakel voor de verdere verrijking van de heersende onderdrukkers.
En juist met de overgang naar de loonarbeid ontstond het wereldomspannende koloniale imperium van Engeland en het imperialisme als omvattende wereldorde waarbij verschillende grote en minder grote machten strijden om grondstoffen, handelsroutes, markten en arbeidskrachten, en waarbij de hele wereld onder de imperialisten is verdeeld. Alles in dienst van het grootkapitaal in haar eindeloze zucht naar meer en meer winst.
Zo zijn racisme en fascisme anno 2023 in Nederland terug van nooit weg geweest en voeren de verschillende grootmachten oorlog met elkaar op bijna alle continenten – ondertussen zelfs weer in Europa. Zo sterven nog steeds tientallen miljoenen mensen jaarlijks aan de gevolgen van honger. En worden de vluchtelingen die zich opmaken naar Europa vanwege oorlog en levensbedreigende armoede volstrekt ontmenselijkt. Ze mogen in de Middellandse Zee verdrinken, worden opgesloten aan de grens of liefst nog bij een ‘partner’ zoals Turkije. Sommigen worden in Libië tot slaaf gemaakt in kampen die met EU geld worden betaald.
wat biedt de toekomst?
De kapitalisten waren toentertijd de grootste profiteurs van de slavernij. Dezelfde kapitalisten, of nieuwe kapitalisten met dezelfde drijfveren, maken nog steeds de dienst uit op onze wereld. We ontdekken het steeds vaker als onderzoek wordt gedaan naar de koloniale geschiedenis van rijke Nederlandse families of van bedrijven of gemeentes. Maar laten we verder kijken dan het onmetelijke onrecht van de slavernij waarop de rijkdom van deze families is gebouwd. Laten we onze kritiek richten op het heden en de toekomst.
Want zolang het imperialisme onze wereldorde is zal de macht in handen zijn van kapitalisten, van de grote monopolies, die er nog steeds alle belang bij hebben om de armoede, ongelijkheid, uitbuiting en het racisme in stand te houden. Zij dragen niet alleen de verantwoordelijkheid voor de slavernij. Zij moeten niet alleen het verleden goedmaken. Zij moeten in het heden volledig uit hun macht worden gezet zodat wij allen het werkelijk goed kunnen maken! Zoals de tot slaaf gemaakten niet streden voor een mildere vorm van slavernij, maar voor de afschaffing ervan, moeten hedendaagse loonslaven niet strijden voor een iets beter kapitalisme, maar juist voor het vervangen daarvan door een beter systeem zonder uitbuiting en onderdrukking: het socialisme-communisme.
Op dat alle mensen in vrede en gelijkheid kunnen leven!
* Tycho is lid van de Commissie Antiracisme en Antifascisme